30 dec 2014

Nergens thuis




door Dirk de Herder, via Tumblr

Ik ben nergens thuis. Niet echt.

Ik loop door Amsterdam en grinnik bij het aanzicht van de grachten, de lichtjes. De half-gezonken sloep en het zachtjes op het water deinende vuilnis doen mijn hart een sprong maken, zo ook de kat die in het raam rustig doorslaapt wanneer ik voorbij loop en het stelletje dat me passeert onder een grote blauwe paraplu en mij geen blik waardig keurt. De fietsen, de oude klinkers en gladde stoepranden en regen die zachtjes tegen mijn capuchon tikt.

Ik ben in Amsterdam; ik ben thuis.

Alleen ben ik helemaal niet thuis. Mijn huis staat in een andere stad in een ander land.

Ik zet mijn muziek iets harder en loop door. De straten van de Jordaan voelen ook in het donker vertrouwd aan en het is fijn om eens niet na elke bocht opnieuw naar de kaart op mijn telefoon te hoeven kijken. Mijn vingers blijven warmer ook.

Het is vlak na kerst en het zou vandaag gaan sneeuwen. Diep begraven in twee sjaals kijk ik naar de lucht om de regendruppels nog eens te inspecteren. Zie ik daar een vlokje? Het is ijzig koud, maar de lucht voelt niet als sneeuw. Dat voelt anders dan regen. Regen maakt lawaai en maakt de stad luider, de mensen bozer en bruusker. Sneeuw maakt juist stil. Zelfs voor sneeuw in zicht is, en het enkel hoog in de lucht zit, kan je dat al voelen vind ik.

Vanavond voelt dus niet als sneeuw, maar gewoon als regen. Ik hou van sneeuw, maar ik vind het niet erg dat het regent nu. Ik weet niet of ik gebroken was vanavond als Amsterdam ook nog eens zo wit was geweest. Het was te veel geweest denk ik. Van sneeuw word ik zo blij, en regen is toch een beetje triest. Triest is wel goed vanavond.

Mijn hart en Amsterdam en thuis, alles spint zich om elkaar heen als een kluwen wol die al lang in een tas heeft gezeten. Geen andere stad spreekt mij aan als de grachtenpanden hier, maar mijn hart hoort bij Apollo en die is hier niet.

Ik stel hem me voor diep ingepakt in truien en een grote jas en heel veel paar sokken. Met een roze gloed over zijn wangen van de kou en een verbeten gezicht, terwijl zijn spieren trillen onder het gewicht van de zandzakken en boomstronken. Ik glimlach. Mijn huis is dan misschien wel geen thuis, maar hij is dat wel. Hij is mijn huis op de spreekwoordelijke wielen, en hoe huizig een stad ook voelt, zonder Apollo is het niet mijn stad. Niet helemaal… incompleet.

Dinsdag is al bijna. Als een kind tel ik de nachtjes slapen af: zaterdag, zondag, maandag. Nog drie. En het is al avond dus eigenlijk nog maar twee dagen.

Toch vreemd. Je woont jarenlang gelukkig in een stad en dan leer je iemand kennen ergens anders en dan is het opeens geen thuis meer.

Geen opmerkingen :

Een reactie posten